God is dood sinds de jaren zestig. Catechismus- en godsdienstlessen zijn vervangen door gymnastiek en knutselen. Kinderen moesten thuis maar het verschil leren tussen mijn en dijn. De grenzen tussen mijn en dijn werden snel ook veel vager, naarmate gelegenheidsethiek de overhand nam.
Immers, het zo snel mogelijk verwezenlijken van de socialistische verzorgingsstaat was hoofddoel, waaraan al het andere ondergeschikt diende te zijn. Dus kerkelijke normen en waarden werden met een zucht van verlichting afgedaan en geen kind had nog zin om ook maar een seconde te verspillen aan filosofie of ethiek. Dat was iets engs voor verschaalde oude heren.
Idealen
Oud socialistisch kamerlid, staatssecretaris, minister en Europarlementariër Hedy d’Ancona verklaarde bij het tv-programma Jorritsma Blikt Vooruit in november 2009 trots dat “alle idealen van toen nu verwezenlijkt zijn”. Ze heeft gelijk, ware het niet dat de socialistische heldin nu 72 jaar oud is en vergeet dat de kinderen van nu geen idee hebben van hoe het eens was, en daarom stekeblind zijn voor haar behaalde successen, laat staan welke normen en waarden daarvoor aan de kant gezet moesten worden.
“Armoede,” legde een te hulp schietend kamerlid, Ewout Irrgang van de SP, uit, “betekent tegenwoordig uitgesloten zijn van meedoen.“ Dus ieder kind heeft nu recht op een iPod of reis rond de wereld. Stel je voor dat ook maar één kind van zo’n basale levensbehoefte uitgesloten zou raken. Maar dat zijn blijkbaar de nieuwe normen en waarden vandaag, zoals die geformuleerd worden door onze volksvertegenwoordigers, hoe cynisch het ook moge klinken. Dit soort wanklanken zijn nu de geluiden die opborrelen uit het diepe gat in filosofisch en ethisch bewustzijn, dat het overlijden van god heeft nagelaten.
Ons kleine kikkerlandje was een ideaal oord voor allerhande ketters, andersdenkenden en spotters, die met hun vlijmscherpe pen de wereld veranderden. Was het niet de op 27 oktober 1469 geboren Gerrit Gerritszoon, die onder de naam Desiderius Erasmus Rotterdamus zijn Lof der Zotheid deed verschijnen? Een werk waarin hij de draak stak met de draaikonterij van burgers om zich te houden aan de kromme normen en waarden van Kerk en Gezag? Was het niet in de Hollandse Gouden Eeuw de vermaledijde lenzenslijper Gabriel Spinoza die stelde dat “Al wat naar onze voorstelling tot blijheid leidt, trachten wij tot stand te brengen.” Daarmee verhief hij genot tot god en legde het fundament voor onze consumptiemaatschappij.
Deugden
De Rotterdammer Bernard Mandeville ging zelfs nog een stapje verder in de achttiende eeuw, door te stellen dat de ondeugd een grote economische deugd kan opleveren.
Maar de gelegenheidsnormen en -waarden komen ons vandaag even slecht uit. De hebzucht was net iets te groot, en de economische schade is groot. Wie niet horen wil moet maar voelen, preken nu de blikkendominees en zedenmeesters met uitgestreken smoelen.
Maar het waren uitgerekend zij, die in de jaren zestig dansten op het graf van de dode dogmatische god. Zij die zich verslingerden aan een short cut tot verwezenlijking van politieke idealen, zonder ook maar één moment te besteden aan de vorming van onze jeugd, een jeugd van filosofisch onnozelen die nu als ongelikte beren in een porseleinkast hun dierlijke lusten en hebzucht botvieren.
Jacob Gelt Dekker

